Ezechiël
hoofdstukken 7:8-14
BasisBijbel
8Want Ik ben woedend. Daarom zal Ik komen en mijn straf over jullie uitstorten. Jullie zullen je straf krijgen voor alle verschrikkelijke dingen die jullie hebben gedaan.
9Ik zal jullie niet vergeven. Ik zal geen genade met jullie hebben. Ik zal jullie veroordelen voor hoe jullie hebben geleefd. Jullie zullen beseffen dat Ik, de Heer, jullie straf.
10Het is tijd! De straf wordt voltrokken. Want zij die heersen zijn trots en doen wat ze willen.
11Jullie hebben je straf zelf veroorzaakt. Jullie worden door je eigen geweld vernietigd. Niets kan jullie redden: jullie zelf niet, jullie rijkdom niet. En niemand zal over jullie treuren.
12De tijd is gekomen! De dag breekt aan! Laten mensen die [ land ] gekocht hebben, daar maar niet al te blij over zijn. En de mensen die [ land ] hebben verkocht, hoeven daar niet al te bedroefd over te zijn. [ Want mijn straf treft iedereen. ]
13De verkopers zullen nooit meer terugzien wat ze verkocht hebben, al leefden ze nóg zo lang. Want alles wat Ik over al deze mensen heb gezegd, zal ook gebeuren. Niemand die slechte dingen doet, zal in leven kunnen blijven.
14Blaas maar op de ramshoorn om alarm te slaan. Maak alles maar klaar voor de strijd. Er zal uiteindelijk toch niemand strijden. Want mijn straf treft iedereen in het hele land.