Jona
hoofdstukken 2:2-8
BasisBijbel
2Hij zei: "Heer, toen ik in nood was, riep ik U om hulp. En U antwoordde mij. Toen ik dacht dat ik zou sterven, schreeuwde ik het uit. En U luisterde naar mij.
3U had mij in de zee gegooid, in de waterdiepte. De golven sloten zich boven mij.
4Ik dacht: 'U wil mij nooit meer zien. Zal ik ooit weer in uw heilige tempel komen?'
5Overal om mij heen was water. Ik zou verdrinken. Ik zonk naar de diepte. Er zat zeewier rond mijn hoofd.
6Ik zonk helemaal naar de bodem van de zee, tot het diepst van de aarde. Ik zou nooit meer boven komen. Toen redde U mij van de dood, mijn Heer God!
7Toen ik doodsbang was, bad ik tot U. Heer, U hoorde mijn gebed in uw heilige tempel.
8De mensen die afgoden aanbidden, verlaten de God die goed voor hen is.