Bible
Now
Toggle navigation
Hoofdstukken
3
1
2
3
4
Boeken
Oude Testament
Genesis
Exodus
Leviticus
Numeri
Deuteronomium
Jozua
Richters
Ruth
1 Samuel
2 Samuel
1 Koningen
2 Koningen
1 Kronieken
2 Kronieken
Ezra
Nehemia
Ester
Job
Psalmen
Spreuken
Prediker
Hooglied
Jesaja
Jeremia
Klaagliederen
Ezechiël
Daniël
Hosea
Joël
Amos
Obadja
Jona
Micha
Nahum
Habakuk
Zefanja
Haggaï
Zacharia
Maleachi
Nieuwe Testament
Matteüs
Markus
Lukas
Johannes
Handelingen
Romeinen
1 Korintiërs
2 Korintiërs
Galaten
Efeziërs
Filippenzen
Kolossenzen
1 Tessalonicenzen
2 Tessalonicenzen
1 Timoteüs
2 Timoteüs
Titus
Filemon
Hebreeën
Jakobus
1 Petrus
2 Petrus
1 Johannes
2 Johannes
3 Johannes
Judas
Openbaring
Boekenlijst
BB
BasisBijbel (BB)
Het Boek (HTB)
NBG-vertaling 1951 (NBG51)
Statenvertaling (SV1750)
NL
Afrikaans (AF)
Avañe’ẽ (GN)
Bahasa Indonesia (ID)
Bahasa Melayu (MS)
Basa Jawa (JV)
Bokmål (NB)
Català (CA)
ChiCheŵa (NY)
ChiShona (SN)
Cymraeg (CY)
Dansk (DA)
Deutsch (DE)
Eesti (ET)
English (EN)
Español (ES)
Euskara (EU)
Français (FR)
Gaeilge (GA)
Gagana fa’a Sāmoa (SM)
Hausa (HA)
Hrvatski (HR)
Igbo (IG)
IsiXhosa (XH)
IsiZulu (ZU)
Italiano (IT)
Kiswahili (SW)
Latine (LA)
Latviešu (LV)
Lietuvių (LT)
Magyar (HU)
Malagasy (MG)
Nederlands (NL)
Nynorsk (NN)
Polski (PL)
Português (PT)
Română (RO)
Sesotho (ST)
Shqip (SQ)
Slovenčina (SK)
Slovenščina (SL)
Soomaali (SO)
Suomi (FI)
Svenska (SV)
Tagalog (TL)
Cebuano (CEB)
Tiếng Việt (VI)
Türkçe (TR)
Èdè Yorùbá (YO)
čeština (CS)
Ελληνικά (EL)
Српски (SR)
български (BG)
македонски (MK)
монгол (MN)
русский (RU)
українська (UK)
Հայերէն (HY)
עברית (HE)
اردو (UR)
العربية (AR)
سنڌي (SD)
فارسی (FA)
हिन्दी (HI)
বাংলা (BN)
தமிழ் (TA)
ไทย (TH)
မြန်မာဘာသာ (MY)
አማርኛ (AM)
ភាសាខ្មែរ (KM)
日本語 (JA)
简体中文 (ZH)
繁體中文 (ZH-HANT)
한국어 (KO)
☽
Enable dark mode
Hoofdstukken
3
1
2
3
4
Boeken
Oude Testament
Genesis
Exodus
Leviticus
Numeri
Deuteronomium
Jozua
Richters
Ruth
1 Samuel
2 Samuel
1 Koningen
2 Koningen
1 Kronieken
2 Kronieken
Ezra
Nehemia
Ester
Job
Psalmen
Spreuken
Prediker
Hooglied
Jesaja
Jeremia
Klaagliederen
Ezechiël
Daniël
Hosea
Joël
Amos
Obadja
Jona
Micha
Nahum
Habakuk
Zefanja
Haggaï
Zacharia
Maleachi
Nieuwe Testament
Matteüs
Markus
Lukas
Johannes
Handelingen
Romeinen
1 Korintiërs
2 Korintiërs
Galaten
Efeziërs
Filippenzen
Kolossenzen
1 Tessalonicenzen
2 Tessalonicenzen
1 Timoteüs
2 Timoteüs
Titus
Filemon
Hebreeën
Jakobus
1 Petrus
2 Petrus
1 Johannes
2 Johannes
3 Johannes
Judas
Openbaring
Boekenlijst
BB
BasisBijbel (BB)
Het Boek (HTB)
NBG-vertaling 1951 (NBG51)
Statenvertaling (SV1750)
NL
Afrikaans (AF)
Avañe’ẽ (GN)
Bahasa Indonesia (ID)
Bahasa Melayu (MS)
Basa Jawa (JV)
Bokmål (NB)
Català (CA)
ChiCheŵa (NY)
ChiShona (SN)
Cymraeg (CY)
Dansk (DA)
Deutsch (DE)
Eesti (ET)
English (EN)
Español (ES)
Euskara (EU)
Français (FR)
Gaeilge (GA)
Gagana fa’a Sāmoa (SM)
Hausa (HA)
Hrvatski (HR)
Igbo (IG)
IsiXhosa (XH)
IsiZulu (ZU)
Italiano (IT)
Kiswahili (SW)
Latine (LA)
Latviešu (LV)
Lietuvių (LT)
Magyar (HU)
Malagasy (MG)
Nederlands (NL)
Nynorsk (NN)
Polski (PL)
Português (PT)
Română (RO)
Sesotho (ST)
Shqip (SQ)
Slovenčina (SK)
Slovenščina (SL)
Soomaali (SO)
Suomi (FI)
Svenska (SV)
Tagalog (TL)
Cebuano (CEB)
Tiếng Việt (VI)
Türkçe (TR)
Èdè Yorùbá (YO)
čeština (CS)
Ελληνικά (EL)
Српски (SR)
български (BG)
македонски (MK)
монгол (MN)
русский (RU)
українська (UK)
Հայերէն (HY)
עברית (HE)
اردو (UR)
العربية (AR)
سنڌي (SD)
فارسی (FA)
हिन्दी (HI)
বাংলা (BN)
தமிழ் (TA)
ไทย (TH)
မြန်မာဘာသာ (MY)
አማርኛ (AM)
ភាសាខ្មែរ (KM)
日本語 (JA)
简体中文 (ZH)
繁體中文 (ZH-HANT)
한국어 (KO)
☽ Dark mode
›
BasisBijbel
›
Oude Testament
›
Jona
›
Jona 3
Jona
hoofdstukken 3
BasisBijbel
Jona 2
Jona 4
Jona gaat naar Ninevé
1
En de Heer zei voor de tweede keer tegen Jona:
2
"Ga naar de grote stad Ninevé. Zeg tegen de mensen daar wat Ik tegen jou zal zeggen."
3
Toen ging Jona naar Ninevé, zoals de Heer hem had bevolen. Ninevé was een heel grote stad. Het kostte drie dagen om de stad helemaal door te reizen.
4
Jona ging één dagreis ver de stad in. Daar begon hij tegen de mensen te spreken: "Jullie hebben nog 40 dagen de tijd. Dan wordt Ninevé ondersteboven gekeerd!"
5
En de mannen van de stad geloofden God. Ze lieten rondzeggen dat iedereen, van hoog tot laag, rouwkleren moest aantrekken en niets meer moest eten, als teken van spijt.
6
Ook de koning van Ninevé kreeg te horen wat Jona zei. Toen stond hij op van zijn troon, legde zijn koningsmantel af, trok rouwkleren aan en ging in de as zitten.
7
De koning en de bestuurders van de stad lieten in de stad omroepen: "Geen mens of dier mag nog iets eten of drinken. Koeien en schapen mogen niet grazen en geen water drinken.
8
Alle mensen moeten rouwkleren dragen. En ze moeten ook als teken van rouw zakken leggen over de ruggen van hun vee. Iedereen moet luid tot God roepen en ophouden met het doen van slechte dingen. Iedereen moet spijt hebben van de slechte dingen die hij heeft gedaan.
9
Wie weet zal God dan zijn plannen veranderen en niet doen wat Hij heeft gezegd. Misschien zal Hij dan niet langer boos zijn en zal Hij ons niet doden."
10
God zag wat ze deden. Hij zag hoeveel spijt ze hadden van alle verkeerde dingen die ze hadden gedaan. Daarom veranderde Hij zijn plannen. Hij besloot om de stad niet te vernietigen.
Jona 2
Jona 4
hoofdstukken
1
2
3
4