Jesaja
hoofdstukken 14:2-8
BasisBijbel
2De volken zullen de Israëlieten komen halen en Israël naar zijn eigen plaats brengen. Ze zullen de slaven worden van de Israëlieten, in het land dat Israël van de Heer heeft gekregen. Zo zullen de volken die eerst de Israëlieten gevangen hadden genomen, nu zelf gevangenen zijn. Zo zullen de Israëlieten heersen over de volken die eerst over hen heersten.
3In die tijd zal de Heer een einde maken aan jullie verdriet en jullie slavernij.
4En dan zullen jullie een spotlied maken op de koning van Babel: "Het is afgelopen met de onderdrukker!Het is afgelopen met die gouden stad!
5De Heer heeft de macht gebrokenvan de mensen die zich niets van Hem aantrekken.
6Hij heeft de macht gebrokenvan de koningen die zonder ophouden en zonder medelijden de landen veroverden,zonder dat iemand hen kon tegenhouden.
7Maar nu heeft de hele aarde rust.Iedereen juicht en is blij.
8Zelfs de cipressen zijn blij met de vrede,samen met de cederbomen van de Libanon.Ze zeggen: 'Sinds jij bent neergeslagen,komt niemand ons meer omhakken.'