Jesaja
hoofdstukken 21:1-7
BasisBijbel
1[ Jesaja zegt: ] Dit is wat ik van de Heer moet zeggen over [ Babel, ] het woestijnland bij de zee . De vijand zal als een stormwind komen aanjagen vanuit de woestijn, uit een vreselijk land.
2De Heer liet mij iets verschrikkelijks zien: een verraderlijke verrader en een verwoestende verwoester. Elam, val aan! Medië, omsingel de stad! Babel zal worden veroverd. De mensen zullen niet langer door Babel onderdrukt worden.
3Wat ik heb gezien, maakt mij doodsbang. Ik heb er vreselijke buikpijn van. Ik krimp in elkaar van de pijn.
4Mijn hart bonkt. Ik had uitgekeken naar de avond, maar de avond werd een nachtmerrie.
5[ Dit is wat ik zag: ] De koning van Babel houdt een feestmaaltijd. De tafels staan gedekt en de mensen eten en drinken. Maar ga liever jullie schilden oliën [ en je klaar maken voor de strijd ], aanvoerders!
6Want de Heer heeft tegen mij gezegd: "Ga en zet een wachtpost [ op de stadsmuur ]. Laat hij vertellen wat hij ziet.
7Als hij strijdwagens ziet, en ruiters op ezels of kamelen, dan moet hij heel goed opletten!"