Jesaja
hoofdstukken 21:6-12
BasisBijbel
6Want de Heer heeft tegen mij gezegd: "Ga en zet een wachtpost [ op de stadsmuur ]. Laat hij vertellen wat hij ziet.
7Als hij strijdwagens ziet, en ruiters op ezels of kamelen, dan moet hij heel goed opletten!"
8Uiteindelijk riep de wachtpost luid als een leeuw: "Ik sta al dagen op de uitkijk. Al nachten lang sta ik op de wachttoren op te letten, heer.
9Maar nu komen ze! Er komt een strijdwagen met mannen, en een paar ruiters!" En ze riepen hem toe: "Babel is veroverd! Alle godenbeelden liggen kapot op de grond!"
10– O mijn vertrapte en geslagen volk, ik heb jullie alles verteld wat de Heer van de hemelse legers, de God van Israël, tegen mij heeft gezegd.
11[ Jesaja zegt: ] Dit is wat ik van de Heer moet zeggen over Edom.Iemand roept uit Edom naar mij: "Wachter, hoelang duurt de nacht nog? Wachter, hoelang nog?"
12Ik antwoord: "Er komt een nieuwe dag, maar ook een nieuwe nacht. Vraag als je vragen hebt. Kom maar terug."