Jesaja
hoofdstukken 31:2-8
BasisBijbel
2Maar de Heer is wijs. Hij laat een ramp over zijn volk komen. Hij neemt niet terug wat Hij heeft gezegd. Hij zal dat slechte volk straffen en ook het slechte volk dat hen komt helpen.
3Want Egyptenaren zijn gewone mensen, geen God! Hun paarden zijn [ van ] vlees, en geen Geest. De Heer zal het volk dat komt helpen [ (Egypte) ], laten struikelen. En het volk dat wordt geholpen [ (Juda) ], zal Hij laten vallen. Samen zullen ze omkomen.
4De Heer zei tegen mij: "Een leeuw brult boven zijn prooi om die te verdedigen. Hij is niet bang voor de herders die hem bedreigen en tegen hem schreeuwen. Ook niet als ze in grote aantallen op hem afkomen. Net zo zal Ik, de Heer van de hemelse legers, neerdalen op de berg Sion om mijn berg te verdedigen.
5Zoals vogels rond hun nest vliegen om hun jongen te beschermen, zo zal Ik Jeruzalem beschermen. Ik zal mijn stad beschermen en redden.
6Kom terug bij jullie God, volk van Israël! Jullie zijn ver van Mij afgedwaald!
7In die tijd zullen jullie niets meer te maken willen hebben met de zilveren en gouden godenbeelden die jullie hebben gemaakt.
8En Assur zal worden gedood, maar niet door een man. Assur zal helemaal worden vernietigd, maar niet door mensen. Het hele leger van Assur zal vluchten. De krijgers zullen doodsbang zijn.