Jesaja
hoofdstukken 7:2-8
BasisBijbel
2Toen koning Achaz hoorde dat het leger van Aram zich had verzameld op de bergen van Israël, werd hij doodsbang. Ook het hele volk beefde van angst, zoals bomen in het veld beven in de wind.
3Toen zei de Heer tegen Jesaja: "Ga koning Achaz tegemoet, samen met je zoon Schear-Jaschub [ (= 'een rest zal terugkomen') ]. Achaz is bij het einde van de waterleiding. Hij staat bij de bovenste vijver langs de weg naar het veld waar altijd de wol gebleekt wordt.
4Zeg tegen hem: Blijf kalm. Wees niet bang voor koning Rezin van Aram en voor koning Peka van Israël. Ze zijn niet meer dan rokende stukken brandhout.
5Koning Rezin van Aram wil u aanvallen, samen met koning Peka van Israël.
6Hij wil met hem Juda veroveren, het land samen delen en de zoon van Tabeal kronen tot koning van Juda.
7Maar de Heer zegt: Dat zal niet gebeuren. Van zijn plannen zal niets terecht komen.
8Damaskus blijft de hoofdstad van [ alleen ] het land Aram, met Rezin als koning. Maar binnen 65 jaar zal het met het koninkrijk Israël afgelopen zijn. Als volk zal het niet langer bestaan.