16 Zij waren afgunstig op Mozes in de legerplaats,op Aäron, de heilige des Heren.
17 De aarde opende zich en verslond Datan,zij bedekte de bende van Abiram.
18 Een vuur ontbrandde onder hun bende,een vlam verteerde de goddelozen.
19 Zij maakten een kalf bij Horeben bogen zich neer voor een gegoten beeld;
20 zij verruilden hun Eertegen het beeld van een rund dat gras eet.
21 Zij vergaten God, hun Verlosser,die grote dingen in Egypte gedaan had,
22 wonderen in het land van Cham,geduchte daden bij de Schelfzee.