11 de Here heeft welbehagen in wie Hem vrezen,die op zijn goedertierenheid hopen.
12 Jeruzalem, roem de Here,Sion, loof uw God.
13 Want Hij maakt de grendels van uw poorten sterk,Hij zegent uw kinderen in uw midden;
14 Hij geeft uw gebied vrede,Hij verzadigt u met het vette der tarwe.
15 Hij zendt zijn bevel op de aarde,zijn woord loopt zeer snel;
16 Hij geeft sneeuw als wol,Hij strooit de rijp als as,
17 Hij werpt zijn ijs als stukken;wie kan bestaan voor zijn koude?