7 Ik heb zijn schouder van de last ontheven,zijn handen werden vrij van de draagkorf;
8 in de benauwdheid riept gij en Ik redde u,Ik antwoordde u in de verborgenheid van de donder,Ik toetste u bij de wateren van Meriba. sela
9 Hoor mijn volk, Ik wil u vermanen,o Israël, of gij naar Mij hoordet!
10 Geen vreemde god zal onder u zijn,gij zult u niet nederbuigen voor een uitlandse god.
11 Ik, de Here, ben uw God,die u opvoerde uit het land Egypte;doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.
12 Maar mijn volk luisterde niet naar mijn stem,Israël was onwillig tegen Mij.
13 Daarom liet Ik hen gaan in de verstoktheid huns harten,zodat zij in hun eigen raadslagen wandelden.