Psalmen
hoofdstukken 14
BasisBijbel
Psalm 14
1Een lied van David. Voor de leider van het koor.De dwaze mensen denken:"Er is geen God."Ze plegen afschuwelijke en walgelijke misdaden.Er is niemand die iets goeds doet. 2Vanuit de hemel kijkt de Heer naar de mensen.Hij zoekt of er iemand is die iets goeds doet,of er iemand is die verstandig is,of er iemand is die echt naar Hem verlangt. 3Maar niemand leeft zoals Hij het wil.Iedereen is even slecht.Niemand doet iets goeds, helemaal niemand. 4Weten de slechte mensen dan helemaal niets van God?Ze eten mijn volk op alsof het brood is!Niemand van hen aanbidt de Heer. 5Maar plotseling schrikken ze hevig:ze zien hoe God opkomt voor de mensen die leven zoals Hij het wil. 6Door jullie hebben arme en verdrukte mensen geen enkele hoop meer,maar ze vluchten naar de Heer en zijn daar veilig.hoofdstukken
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150