Psalmen
hoofdstukken 39:2-8
BasisBijbel
2Ik was van plan om goed op te lettenen mijn tong in bedwang te houdenzodat ik niets verkeerds zou zeggentegenover de mensen die zich niets van U aantrekken.
3Dus zweeg ik en zei helemaal niets.Ik hield mijn mond.Maar mijn zorgen werden steeds groter.
4Mijn hart brandde in mijn binnenste.Ik móet U wel vragen:
5Heer, laat me weten hoelang ik nog zal leven.Zeg me hoeveel dagen mijn leven nog tellen zal.Dat zal mij helpen om te begrijpen hoe sterfelijk ik ben.
6Mijn leven duurt voor U maar een ogenblik.Een mensenleven is voor U als één enkele zucht.Elk mens, hoe goed het ook met hem gaat,is uiteindelijk niets.
7Hij is maar een schaduw die voorbij glijdt.Hij werkt voor niets zo hard:hij verzamelt rijkdom, maar weet niet eens voor wie.
8Heer, waar kan ik nog op hopen?Ik kan alleen maar vertrouwen dat U mij redt!